Plantinstructie Bomen zonder draadkluit
Het op de juiste manier planten van bomen zonder kluit (ook met kale of blote wortel geheten) moet zorgvuldig gebeuren.
Zodra de bomen van de vrachtwagen zijn geladen, moeten ze direct met een zeil worden afgedekt om uitdroging van de (haar)wortels te voorkomen. Begin tijdig met kuilen en zorg voor een goede ontwatering op de kuilplaats. Zet ze nooit tijdelijk in het water. Bomen rechtstandig kuilen en gebundelde bomen los maken. Ook tijdens het transport van de kuilhoek naar de plantplaats de wortels beschermen tegen uitdrogen. Neem nooit te veel bomen tegelijk mee, ervaring leert hoeveel bomen een plantploeg per dag kan verwerken. Soms worden bomen geleverd met een phormizak. Deze bomen kunnen enkele dagen boven de grond blijven liggen, mits uit de wind en zon in een tocht- en vorstvrije koele ruimte. Wanneer het langer gaat duren, voordat de boom wordt geplant, dan de phormizak alsnog verwijderen en de boom opkuilen.
Plant de boom op dezelfde diepte zoals deze op de kwekerij heeft gestaan. De verkleuring van de stam vlak boven de wortels (de wortelhals) geeft dit aan. Het is beter om de boom iets te hoog dan te diep te planten.
Uit stek vermeerderde bomen zoals wilgen en populieren mag men dieper planten, omdat dan boven de eerste stekbeworteling nog een nieuwe wortelkrans uit de stam zal ontstaan. Hierdoor kan een nog betere verankering en een snellere groei plaatsvinden.
Belangrijke tips voor het planten van een boom zonder draadkluit
- Maak een ruim plantgat, de wortels moeten er ruim in passen. Pas zo nodig groeiplaatsverbetering toe. Vervolgens kunnen eventuele boom- of kniepalen worden geplaatst.
- Eventueel (terug)snoeien van beschadigde en lange wortels en de kroon voor een betere hergroei.
- Plaats de boom op de juiste diepte in het plantgat.
- Tijdens het opvullen van het plantgat de boom licht op en neer schudden, zodat de grond voldoende in contact komt met de wortels en de tussenruimten goed worden opgevuld. Gebruik alleen fijne kruimelige grond.
- Indien nodig de gietdrain vanonder in het plantgat in een dirkel rondom het wortelgestel naar boven aanbrengen.
- De ingebrachte grond steeds gelijkmatig met de vlakke zool aandrukken om te voorkomen dat de boom later nog zakt en daardoor te diep komt te staan.
- De boomspiegel komvormig afwerken. Overtollige grond als een dijkje van 10-15 cm rondom de pas geplante boom aanbrengen, zodat een soort komvormige boomspiegel ontstaat
- Deze "gietrand" (ofwel komvormige boomspiegel) moet in doorsnee minimaal twee zo groot zijn als het wortelgestel.
- Binnen 24 uur of uiterlijk één dag na aanplant de bomen ruim aangieten.
Wanneer een boom met aandacht voor bovenstaande punten wordt aangeplant, draagt dit in belangrijke mate bij aan het succesvol aanslaan en hergroei.