Kwaliteitsomschrijvingen plantmateriaal
De aanleg van bos of een landschappelijke beplanting, zoals een houtwal, vraagt een "vooruitziende" blik. Allereerst is het goed om te weten wat de groeiplaats aan kansen en mogelijkheden biedt. De plek, waar wordt geplant (bijvoorbeeld in Zuid-limburg of Noord-holland), de bodemomstandigheden en waterhuishouding zijn belangrijke factoren, evenals de doelstelling die u met de beplanting voor ogen heeft.
Wanneer u wilt gaan planten heeft u een beeld wat u wilt gaan toepassen: bos- en haagplantsoen of laanbomen. Ook zult u bepaalde soorten in gedachten hebben.
Toch merken wij nog al te vaak dat uit onwetendheid of te weinig kennis en ervaring bij beplantingsplannen kansen worden gemist, om er optimaal uit te halen wat er aan mogelijkheden liggen, bijvoorbeeld wat betreft soortssamenstelling of herkomst.
In bestekken staan regelmatig geen of zeer summiere omschrijvingen. Hierdoor krijgt de opdrachtgever in veel gevallen niet datgene wat hij/zij wil: niet de juiste soort, niet de gewenste leeftijd of herkomst of de juiste kwaliteit (sortering) van het plantmateriaal. Dit heeft vaak (negatieve) gevolgen voor het latere beheer, zoals extra beheerkosten.
Wij willen hier graag in het kort een aantal adviezen geven over kwaliteitsomschrijvingen voor plantmateriaal om daadwerkelijk datgene te krijgen wat men voor ogen heeft. Door specifieke kwaliteitseisen te stellen, heeft u handvaten om te controleren en te reclameren. Omschrijft u niets, dan kunt u nergens op terugvallen.
Allereerst is het van belang om de soort aan te geven die men wil hebben. Dit klinkt zeer logisch, maar het komt regelmatig voor dat in de omschrijving niet meer staat dan "eik", "meidoorn" of "roos". Bij inheemse eikensoorten geeft u aan of u de Zomereik of Wintereik wilt hebben. Bij niet inheemse eikensoorten zijn er meerdere soorten. Voor rozen geldt dat nog meer: er zijn meer dan 16 inheemse soorten, waaronder Bosroos, Hondsroos, Heggeroos, Egelantier of Viltroos. Bij meidoorn zal meestal de Eenstijlige meidoorn worden bedoeld, maar soms kan de Tweestijlige gewenst zijn. Om vergissingen te voorkomen, is het verstandig om van de gewenste soort niet alleen de volledige Nederlandse naam, maar ook de wetenschappelijke benaming aan te geven. Je krijgt dan bijv. Wintereik (Quercus petraea), Eenstijlige of Tweestijlige meidoorn (Crataegus monogyna of laevigata) of Bosroos (Rosa arvensis). Dit maakt het eenduidig en sluit vergissingen uit.
We gaan hier niet in op de soortskeuze, deze kan afhankelijk zijn van de doelstelling: een natuurdoelstelling waarbij voor soorten wordt gekozen die van nature in het gebied (kunnen) voorkomen of cultuurhistorie, waarbij zowel inheemse soorten als exoten of cultivars gewenst zijn. Wél is het goed om te weten dat er van autochtone herkomsten bijzondere soorten leverbaar zijn die tot voor een aantal jaren niet werden gekweekt. Denk hierbij aan de échte Wilde appel, Steeliep, Jeneverbes, Tweestijlige meidoorn en diverse zeldzame rozensoorten, zoals Bosroos, Kraagroos en Heggeroos.
Ook de leeftijd van de planten is belangrijk. Meestal wordt bij bos- en haagplantsoen uitgegaan van tweejarig geteeld plantmateriaal. Uitzonderingen hierop zijn bijv. wilg, populier, liguster en bessen die via (winter)stek worden vermeerderd en als eenjarige planten worden aangeboden en eik en beuk die behalve als tweejarige plant ook vaak als driejarige plant worden geteeld.
Wanneer achter de plant geen leeftijd staat, maar alleen een maat, kan in verschillende gevallen een eenjarige plant worden geleverd die niet aan de gewenste kwaliteitseisen voldoet, maar wél aan de gevraagde maat. Zo zal bijvoorbeeld een Eenstijlige meidoorn van Italiaanse/mediterrane herkomst meestal gemakkelijk aan een gevraagde maat van 60-100 cm of zelfs 80-100 cm komen, omdat zij een sterke groei vertonen, eventueel gestimuleerd door een extra stikstofgift. Dit i.t.t. de Eenstijlige meidoorn van autochtone herkomst die als eenjarige niet veel groter dan 40-60 cm wordt omdat deze in het eerste jaar bovengronds een rustiger groei kent en meer ondergronds met wortelgroei actief is.
Ook komt het voor dat een verkeerde leeftijd bij een maat wordt gezet: bijvoorbeeld een driejarige eik in de maat 40-60 cm. Je kunt er dan van uitgaan dat de zogeheten "onderslag" uit een partij wordt geleverd en niet de eerste sortering.
Maatvoering gaat niet gelijk op voor alle soorten. Toch zien we ook hier vaak een standaardmaat aangegeven, bijvoorbeeld 80-100 cm of zelfs 80-120 cm voor alle gevraagde soorten. Een Zwarte els of Lijsterbes groeit sneller dan bijv. een Hulst, Zuurbes of Tweestijlige meidoorn. De laatste soort groeit in haar eerste jaren bovendien meer in de breedte dan in de lengte en zal ook als tweejarige plant in de meeste gevallen niet aan deze maat kunnen komen. Dat heeft niets met kwaliteit te maken, maar alles met de natuurlijke groei of ontwikkeling van de betreffende soort.
Het is dus belangrijk om aandacht te hebben voor de specifieke soorten en hun mogelijkheden en onmogelijkheden.
Een essentieel onderdeel van de aanvraag van het gewenste plantmateriaal gaat over de herkomst.
Voor verschillende boomsoorten bestaat er al lange tijd een Rassenlijst. Op dit moment is dat de 8e Rassenlijst van bomen ("Eight list of recommended varieties and provenances of trees" zie ook de literatuurlijst). Het is een lijst van aanbevolen soorten, rassen en herkomsten van bomen voor gebruik in bos (bosbouwkundig gebruik), landschap (landschappelijke beplantingen) en stedelijk gebied (straten en lanen). Het is een soort selectielijst van soorten, rassen en herkomsten die aan genoemde kwaliteitscriteria voldoen. Let wel: hierbij gaat het om boomvormende soorten, niet over struiksoorten.
In de nieuwste 8e uitgave is het aantal autochtone herkomsten van bomen én struiken ten opzichte van de vorige editie flink toegenomen. Het is een bijzondere mijlpaal die ook past binnen de Europese regelgeving op het gebied van herkomsten ('Source identified').
Hoe kan men borgen dat men de gewenste kwaliteit planten krijgt?
Hierboven staan verschillende aandachtspunten aangegeven hoe u in het plan en het bestek de kwaliteitseisen kunt omschrijven.
Wanneer beplantingen via een aannemer worden gerealiseerd, kunt u zelf het plantmateriaal ter beschikking stellen aan de aannemer. U zorgt dan zelf voor de aankoop van plantmateriaal met de door u gewenste kwaliteiten.
Wanneer de aankoop van het plantmateriaal in de handen van de aannemer wordt gelegd, is het belangrijk, zoals reeds gezegd, dat de kwaliteitseisen helder en eenduidig zijn.
U wilt bijvoorbeeld 5.000 stuks zomereik hebben als bosplantsoen en 35 laanbomen van dezelfde soort. U kunt dat als volgt omschrijven:
| Aantal | Soort | Maat | Leeftijd | Herkomst |
| 5.000 | Zomereik (Q. robur) | 60-100 | w,1+1/1a1 | selectie/autochtoon |
| 35 | Zomereik (Q. robur) | 12-14 | w,vpl | selectie/autochtoon |
Aantal en soort mag duidelijk zijn. Onder 'maat' de gewenste maat aangeven: voor bos- en haagplantsoen in cm. lengte, bij laanbomen in stamomvang (omtrek gemeten één meter boven de wortelhals). Bij invulling van de leeftijd staat de code 'w' voor 'wortelgoed', '1+1' en '1a1' voor de teeltwijze. Code 'vpl' bij (laan)bomen betekent 'verplant'. Zeker bij (laan)bomen komen o.a. nog de volgende afkortingen voor: 'DK' betekent (boom met) draadkluit, 'dip/zak' houdt in dat de wortels tegen uitdroging zijn behandeld en verpakt in een zuurstofdoorlatende zak en 'SN' geeft aan dat de boom is teruggesnoeid.
Bij de rubriek 'herkomst' wordt bijvoorbeeld selectie of autochtoon aangegeven, afhankelijk wat men wenst. U kunt het beste als eis in het bestek stellen "plantmateriaal van gecertificeerde autochtone herkomst". Dit zijn soorten die in de Rassenlijst zijn opgenomen en/of bij de NAK-tuinbouw zijn aangemeld en die allemaal een certificeringsnummer hebben. Deze nummers corresponderen met een basiscertificaat dat door de NAK-tuinbouw voor elke soort en herkomst wordt aangemaakt die daar is aangemeld (De NAK-tuinbouw draagt zorg voor de kwaliteitsborging. Zij voert controles en keuringen uit gedurende het hele traject van zaadoogst, veldkeuringen tijdens de teelt en verhandeling van plantmateriaal). U kunt deze certificaten ook eisen ter controle van de geleverde herkomstkwaliteit, wat betreft soort(echtheid) en herkomst. Wanneer u "autochtoon" plantmateriaal zonder certificeringsnummer of een -document krijgt aangeboden, bent u gewaarschuwd.
Tenslotte kunt u in het bestek opnemen dat de aannemer, aan wie het werk is gegund, bijvoorbeeld binnen vier weken na gunning schriftelijk aantoont, waar deze het door u gevraagde plantmateriaal heeft gereserveerd. Hiermee wordt o.a. voorkómen dat tot het laatste moment wordt gewacht met de aankoop van de door u gewenste planten. De aannemer kan dan ander plantmateriaal (andere leeftijd, herkomst) wat hij mogelijk goedkoper kan inkopen of zelf nog heeft staan, aanbieden om te planten, want de gewenste herkomst is niet (meer) leverbaar. Dit lijkt misschien ver gezocht, maar we hebben de afgelopen jaren deze praktijk diverse keren meegemaakt. U staat dan misschien met de rug tegen de muur omdat er móet worden geplant vanwege financiële verplichtingen.
Wij hopen u hiermee een aantal bruikbare tips te hebben gegeven, waarmee u beter kunt waarborgen, dat u ook daadwerkelijk krijgt wat u wilt hebben.
(Kritische) opmerkingen en aanvullingen hierop zijn van harte welkom.