Advies: Kuilplaats en (op-)kuilen.
Het (op)kuilen van planten moet zorgvuldig gebeuren, ook al ligt het in de bedoeling om op korte termijn te gaan planten. Er moet altijd rekening mee worden gehouden dat de planten een langere tijd op de kuilhoek moeten blijven staan. Omstandigheden als vorst of ander onwerkbaar weer kunnen altijd voor uitstel van het planten zorgen. Zodra de planten van de vrachtwagen zijn gelost deze direct afdekken met bijvoorbeeld een dekzeil (ook al is het de bedoeling om ze direct te gaan planten of kuilen). Zet ze in ieder geval nooit tijdelijk in het water! Door zuurstof gebrek kunnen de planten als het ware verdrinken. Daarnaast zouden eventueel aanwezige mycorrhiza-schimmels en het zand (als beschermlaag) door het water van de wortels worden afgespoeld. Begin tijdig met opkuilen.
Ook tijdens het transport van de losplaats naar de kuilhoek en van de kuilhoek naar de plantplaats de wortels beschermen tegen uitdrogen. Neem nooit teveel planten mee, ervaring leert hoeveel planten een plantploeg per dag kan verwerken. Soms worden bomen geleverd met een phormizak om de wortels. Bomen en plantsoen met een phormizak kunnen enkele dagen boven de grond blijven liggen, mits uit de wind en uit de zon, in een koele afgesloten ruimte. Duurt het langer, voordat geplant gaat worden, dan de phormizak alsnog verwijderen en bomen of het plantsoen opkuilen.
De kuilhoek:
- De ligging moet beschut zijn, want ook de bovengrondse delen van de planten kunnen gevoelig zijn voor uitdroging door de wind. Een beschaduwde kuilhoek verdient de voorkeur.
- De bodem moet los en kruimelig zijn. Zware grond kan d.m.v. het doorwerken met zand geschikt worden gemaakt.
- Er moet een goede ontwatering zijn. Door het berijden en belopen van het terrein wordt de grond verdicht en komt de ontwatering in gedrang. Water en vorst kunnen ernstige schade veroorzaken.
- Bij kans op wildschade de kuilhoek omheinen met fijnmazig gaas.
Het (op-)kuilen:
- Gebundelde bomen en plantsoen altijd voor het kuilen losmaken: hiermee voorkomt men eventuele broei en schimmel maar ook vooral de kans op uitdroging.
- De wortels goed uithangen/uitspreiden zodat de grond goed aansluit bij de wortels.
- In ieder geval moeten de wortels met minimaal 10cm. grond worden bedekt. De grond met de vlakke voet stevig aandrukken en daarna aanvullen tot de grond egaal ligt.
- Per soort apart kuilen en duidelijke etikettering aanbrengen met soort en aantal.
- Bomen altijd rechtop kuilen en bosplantsoen schuin.
- Regelmatig controleren of er bijvoorbeeld geen wortels bloot zijn komen te liggen door scheef waaien, wegspoelen of inzakken van de grond. Ook of de bomen nog voldoende recht staan.
- Bij lang aanhoudende droogte is beregenen van de grond (kuilhoek) zeker geen overbodige luxe.
Aandacht voor bovenstaande punten bij het (op-)kuilen draagt in belangrijke mate bij aan het succesvol aanslaan van de planten.